Deel (van) boerderij0000.0011

 

 Literatuur

 

- Haslinghuis, E.J. & H. Janse Bouwkundige termen. Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie. Leiden (Primavera Pers), 20014e druk/1e druk: 1953 [643 blz. ISBN 90.74310.77.X]. Hierin "Deel": blz. 141 (4e betekenis: "Middenbeuk van een boerderij van het hallentype" - dit is de volledige tekst)

- Enderman, Maarten, "De ontwikkeling van de boerderij in de Achterhoek". In: Historisch Boerderij-onderzoek 2002. De Graafschap, tevens SHBO-jaarverslag 2001 [100 blz. ISSN 1338.1620]. Hierin: blz. 40-41 ("Het bedrijfsgedeelte: de deel. De gebintconstructie geeft het gebouw zijn kenmerkende driebeukige structuur met smalle, lage zijbeuken en een brede hoge middenbeuk. In deze middenbeuk is in de lengterichting van het gebouw de deel gesitueerd. De deel wordt gebruikt als werkvloer voor het dorsen en ook wordt het vee, dat in de zijbeuken is gestald, vanaf de deel gevoerd. Door de lage plaatsing van de gebintbalken [de ankerbalken - jp] is het mogelijk om op deze balken een slietenzolder te creëren, waarop het ongedorst graan kan worden opgeslagen. Het hooi voor de dieren kan op de lagere zolder van de zijbeuken worden geborgen. De toegang tot de deel bevindt zich in de achtergevel en is groot genoeg om met oogstwagens naar binnen te rijden. Met name bij de boerderijen in het oosten van de Achterhoek werden de deeldeuren oorspronkelijk terugliggend in de achtergevel geplaatst. De overdekte buitenruimte die hierdoor ontstaat, wordt de onderschoer genoemd. [...] Bij veel boerderijen in het westelijke deel van de Achterhoek is in plaats van een onderschoer een overstek boven de deeldeuren gemaakt, een oplossing die meer gebruikelijk is in het rivierengebied."
Na de bespreking van de ontwikkeling van de stal in de zijbeuk en in de bedrijfsvoering: "Met de toename van de zuivelproductie groeide de behoefte aan specifieke werkruimten, zoals een spoel- en wasruimte voor het melkgerei en een plaats voor de karn. Deze ruimten ontstonden geleidelijk aan in het bedrijfsgedeelte tegen de brandmuur.")

- Cruyningen, Piet van & Jeroen Goudeau & Feyoena Grovestins & André Viersen & John van Zuijlen, Het Boerderijenboek. Uitgegeven vanwege de Stichting Historisch Boerderij Onderzoek. Zwolle (Waanders), 2003cop. [448 blz. ISBN 90.400.8808.X]. Hierin: blz. 364 ("De deel van een Drentse boerderij"), 365 ("Het dorsen van het graan. Van het najaar tot diep in de lente werd op de deel van de boerderij vrijwel onafgebroken gedorst. Dat gebeurde tot in de negentiende eeuw met de vlegel, zoals op deze schoolplaat van Cornelis Jetses. De arbeiders sloegen in een vast ritme om beurten met de vlegel de graankorrels los. Het was een zwaar en stoffig werk en licht kon men er alleen bij krijgen door de deeldeuren open te zeteen, wat op koude winterdagen niet altijd mogelijk was" - dit is de volledige tekst)